De straat waar ik vroeger katteke spelde 1

Vroeger was het normaal dat kinderen op straat speelden. Zeker als het goed weer was! We leerden veel op straat. De gevaren, de geneugtes en we maakten veel plezier!

Onze speelruimte

Ik woonde dus in de Tsjintchopstrot (Sint Jobstraat) in ’t Faboert. De straat had verschillende ‘bochten’. Ze begon tegen de Viaduct Dam en eindigde aan de Everaertsstraat-Gasstraat. Eigenaardig was het feit dat de nummering van onze straat begon tegen den ‘kleinen trap’, het doodlopende stuk. Deze trap leidde naar de Viaduct Dam. Normaal gezien begon de huisnummertelling langs de kant van de straat welke het dichtst tegen het stadhuis gelegen was. Bij ons dus niet! Hoe dat kwam, weet niemand denk ik.

Ik woonde dus in het stuk tussen de ‘kleinen trap’ en de Essenstraat. Ondanks dat het een volksbuurt was, hadden we daar toch ook veel  ‘neringdoenderij’ In het nummer 20 was er de kruidenierszaak van Jefke Tops. Daar kon je van alles en nog wat kopen. Ook was er een rijke keuze aan snoep! Zwarte nestels, beertjes, hosties, lollies enz enz. Keuze genoeg en meestal was het 1 frank het stuk.

Net daarnaast was er de ‘kolenpoort’ waar ge achteraan kolen kon kopen. Iedereen had nog een kolenstoof en dat gaf echt een heel gezellige warmte .Langs die poort kwam je ook bij ‘achterhuisjes’, dat waren kleine werkmanswoningen die in een enge steeg dicht op elkaar gebouwd stonden. Deze steeg kwam uit in de Essenstraat. Als je het niet wist waar je moest binnengaan, liep je er voorbij.

Over Jefke Tops, op de hoek van de (Sint) Lazarusstraat was er café Tipsy. Dat had zelfs een buitenterras! Dat was afgebakend met reclamepanelen waarop het logo van Martini stond. Dat vond ik echt een mooi logo en na zoveel jaren is dat nog altijd hetzelfde, iets dat de tand des tijds heeft doorstaan!

Over ons was er kwaffeurzaak (kapperszaak). Franske de coiffeur had daar 2 “kwaffeurstoelen” staan. Waarom is mij nog steeds een raadsel. Naar het schijnt was hij zowel dames- als herenkapper! Vandaar die twee stoelen waarschijnlijk. De man werkte daar alleen! Als kleine snotaap moest je op een hoge barkruk gaan zitten, die in het midden van de ruimte voor de schouw (schoorsteenmantel) werd gezet en kreeg je zo’n lange  kwaffeursfrak rond je lichaam. Maar aan de nek werd dat niet afgedekt en dus de kleine haartjes vielen tussen de jas en je lijf. Resultaat, toen je buiten ging, jeukten al die haartjes op je rug! Het ergste daar was de botte tondeuse van Franske. Ja, hij had al wel een elektrisch exemplaar, maar die gebruikte hij bijna nooit. Neen, dat bot gedoe gebruikte hij altijd bij mij! Voor wie dat niet kent, het werkte als volgt: het apparaat lag in je hand en je moest dus knijpen, zodat de tanden van de scheerkop open en dicht gingen. Zo ging hij dan door het haar of maakte  hij de randen gelijk . Franske was al van jaren en zijn motoriek was niet zo goed meer. Dus dat maakte dat hij meermaals de tondeuse foutief van je hoofd wegtrok, zodat je haar er nog tussen stak! Ik huiver nog steeds als ik zo’n ding zie! brrrrr

Over de kwaffeur, naast ons, was er een sooiwinkel (breiwinkel). Bij mijn weten zijn wij daar nooit iets gaan kopen. Naast ons langs de andere kant was er de garage van de autobussen Verbeeck. Dat was een hele leuke speelplaats. En daar was nog een ondergrondse garage ook! Vele uren heb ik daar gespeeld met de buurkinderen. Al of niet met medeweten van de eigenaars! We bukten ons onder de deur, met glas, zodat ze ons niet voorbij zagen komen!

Schuin over ons was de Essenstraat. Vooraan, van bij ons gezien, was er een bakker! Bakkerij Van Baelen! Daar maken ze nog steeds de beste boules, vroeger zelfs langwerpige en niet vergeten de voortreffelijkste broodpudding van ’t Stad en verre omstreken! Het was daar in de bakkerij dat ik mijn eerste en enige criminele feiten pleegde! Ja, Gusta de bakkerin was altijd heel traag om naar hare winkel te komen en er verdween dan al wat snoep in onze zak vooraleer ze in de winkel was. Foei foei foei. Maar ik heb een vermoeden dat ze het speciaal voor deed! Hahahaha. Eigenlijk gingen wij alleen op donderdag daar brood kopen. Als onze vaste bakker gesloten was!

Op de hoek van de Essenstraat was er café ’t Bootje. Een gewoon volkscafé, maar wij kwamen daar niet, wan onze Pa was gene caféloper. Ik herinner me nog wel dat er ne lange magere man was, die meestal in beschonken toestand rond strompelde op straat. Hij deed niemand kwaad en was heel gewoon als hij nuchter was. Hij werd ‘Jan van Maans’ genoemd en woonde boven Gusta van ‘t groeit oishauwe’ (gezin met veel kinderen)

Naast ’t Bootje, bij den John, was er de kousenwinkel van Rozeke. Wat verder in de Essenstraat was er de industriële wasserij ‘Trio’. Dat was daar altijd zo vochtig warm als je daar binnen kwam. Er werkten ook veel vrouwen van uit de buurt. Ik denk dat mijn tante Mit daar ook heeft gewerkt, want ze noemden haar ‘Mit Stessel’. Ze zal daar vele ‘kragen’ (hemdsboorden) met stessel (stijfsel) hebben bewerkt! Iedereen had wel een bijnaam, vooral de oudere mensen.

En dan was er ook nog de gekende orgelbouwer ‘Decap’ wiens orgels in menig Vlaanderens baancafés te aanschouwen en te horen zijn.

Niet te vergeten was frituur ‘Bij Mieke’. Een pak frieten in een puntzak met mayonaise voor 5 frank. Mor eigenlijk hadden ze ni zo’n grote keuze: stoofvlees, ne pekelharing, ne servela, witte boentches in ’t zuur en mosselen in ’t zuur. Da zal het zoewa gewèst zèn. Ons Ma bakte haar frieten liever zelf of beter onze Pa wou alleen zelfgebakte exemplaren! Als ons Ma genen tijd had om majonèès (mayonaise) te maken dan gingen we die bij Mieke halen. We namen een beker mee en vroegen voor 3 frank mayonèès! Als Mieke kwam, kreeg je een goed gevulde beker! Maar als haar broer John aan den toog stond was het bekerke vol tot aan de rand!

Verder in de Sint Jobstraat was er nog een beenhouwer bij de Fic en de bakkerij van Clementine! Da was onze vaste bakker. Alleen donderdags konden we er ni terecht da moesten we nor Gusta in de Essenstraat! Bij Clementine kregen we soms, ‘s avonds, de overgebleven koffiekoeken mee.  Ze riep ons dan binnen en gaf ons een volle zak mee. Het was een warme bakker en zijn  Marbrétaarten waren voortreffelijk. Men deed daar ook wel  eens een nieuwjaarsactie. Als je dan voor een bepaald bedrag kocht, kreeg je lotje! Na nieuwjaar werden dan de lotjes getrokken! En raad eens van wie de onschuldige kinderhand was?    Hahahaha

De volgende keer gaan we wat verder in de straat!





Plaats een reactie