Of vanwaar ik mijn liefde voor treinen heb gehaald!


Onlangs ben ik toegetreden tot een Facebook pagina over treinen en stations. Op zich niks bijzonders zou je zeggen, doch ineens publiceren ze daar oude foto’s van het spooremplacement Antwerpen-Dam. Diesellocs en stoomlocomotieven die voor een loods stonden en zoveel meer!
Dat bracht weer herinneringen naar boven uit mijn jeugd, toen ik nog in de St.-Jobstraat woonde. Wij woonden in het eerste gedeelte van die straat, dat was tegen de Viaduct Dam en het spooremplacement gelegen.
Het grote spooremplacement werd aangelegd in 1873 en was zo’n 24 ha groot en 1,6 km lang. Dat liep van de Noorderplaats tot ongeveer het Schijnpoort. Om de wijk Dam dan bereikbaar te houden bouwde men een brug: de Viaduct Dam, zo heette de straat ook. Pas veel later werd de brug tussen de Noorderplaats en IJzerlaan gebouwd. Er was ook oorspronkelijk nog een voetgangersbrug die liep tussen de Ellermanstraat-Lange Dijkstraat en de administratieve gebouwen van de site, gesitueerd aan de Hardenvoort-Bredastraat.



En om de mensen het gemakkelijk te maken, bouwde men aan de Viaduct Dam twee trappen. In dien tijd reden de mensen nog niet zo veel met de auto en een fiets of je twee benen brachten je waar je dat wou. Halverwege de helling was er ene, en op het hoogste punt een tweede ‘escaliers’ (kmoet zien dat ik dat juist schrijf, want mijn vroegere leerkracht Frans leest mee). In de volksmond respectievelijk: ‘de kleinen trap’ aan de St.-Jobstraat en de ‘groten trap’ aan de Trapstraat. De groten trap is een echt monument en werd meer gebruikt door passanten die uit het centrum kwamen en die naar het station Antwerpen Dam of de Damwijk gingen. De kleinen trap was eerder voor plaatselijk gebruik en was niet zo bekend als de ‘grote broer’. Maar beiden brachten de mensen op de ‘Viaduc’ zoals de straat in de volksmond noemde.



Zelfs de ‘Boerentrams’ reden ‘de viaduc’ over. Die van Merksem kwamen (lijnen zestig), reden over de Viaduct Dam, via de Lange Dijkstraat en het St Jansplein, zo naar de Franklin Rooseveltplaats (terminus). In de andere richting, stad uitwaarts liep het traject over den ‘Boelevaar’, Noorderplaats, Noorderlaan en zo via de IJzerlaan naar Merksem. Dat was in de tweede helft van de jaren zestig gedaan toen die trams werden afgeschaft en vervangen door van die rode stinkbussen. Die reden dan ook over datzelfde traject.



Op ‘de Viaduc’ waren er ook veel dodelijke verkeersongevallen. Zoals elders, in mijn jongen tijd, was de Viaduct Dam geplaveid met ‘botte stenen’, kasseien van het slechtste soort! En fietsers moesten op de rijbaan rijden! Ze hadden aan de kant van de spoorweg maar een pad van ongeveer een halve meter, als het zoveel was, tussen de rand van de ‘lantoer’ (trottoir) en de ‘roeten’ (sporen) van de tram. En dan waren dat dus nog ‘kinderkopkes’! Dus als het regende was dat levensgevaarlijk, zeker wanneer het donker was. Pas vele jaren (en doden later) werd de ‘lantoer’ langs de kant van het spoor emplacement opengesteld voor fietsers en bromfietsers. Het verhaal deed de ronde dat de eigenaar van dat stuk straat zich niet wilde engageren om dat proper te houden. Tja, de groezen (gras) en ander onkruid tierden daar welig!
Als je bij zo’n wandeling dan boven was geraakt op ‘de Viaduc’, dat was altijd een serieuze beklimming voor mijn korte kinderbeentjes, kwam je op de brug zelf. Als je richting ‘den Dam’ zelf ging zag je aan de rechterkant de ‘sporenbundels’ liggen van het rangeerstation Antwerpen-Stuyvenberg. Daar werden de treinen dan samengesteld. Je kon dan de locomotieven de wagons zien halen van treinen die uit de Haven kwamen en die werden dan gekoppeld aan de treinen die bestemming ‘Hinterland’ hadden. Dat was voor ne kleine petotter als ik wel best wel ‘geweldig’! En ik kon ook daar mijn groei volgen, eerst moest ons Ma mij opheffen, nadien moest ik op mijn tenen gaan staan om over het muurtje te kunnen kijken en als ik dan ‘groot’ was kon ik er zelf over zien! Maar het meest indrukwekkende was wel te zien aan de overzijde van brug. Tja, langs daar kwamen we ook niet zo vaak, want dan moesten we de drukke straat oversteken. En dat was best wel gevaarlijk met al die camions en bussen die daar reden! Maar als we het lief vroegen aan ons Ma, deden we dat wel eens!
Langs die kant werden immers de locomotieven onderhouden en hersteld! Daar stond een hele grote loods. Daar zullen ze dan binnen de reparaties hebben gedaan. Ik vond dat zo ‘geheimzinnig’ maar als er dan toch wat beweging was, een loc die buiten kwam gereden, was dat wel ‘het einde’ voor mij! Ik kon daar altijd lang blijven staan kijken! Vooral als ik wat groter was!
Achteraf beschouwd was dat grote emplacement in te delen in verschillende blokken, dus het rangeerstation, de werkplaatsen en dan had je nog de sporenbundel naast de beginnende Noorderlaan tussen de Kempenstraat .Er liep een spoor naar de Londenstraat en verder naar de Scheldekaaien. Dat heeft er nog heel lang gelegen en er moest volgens mijnen ‘baas’ op mijn werk, altijd rekening mee gehouden worden! Want dat was ‘een oorlogsspoor’! Als er oorlog uitbrak kon dat wel eens gebruikt worden om treinen naar de Scheldekaaien te laten rijden! Maar dat is natuurlijk al lang achterhaald!

Dan had je ook nog het goederenstation ‘Antwerpen Dokken en Stapelhuizen’. Deze laatste had een grote hangaar die nagenoeg de halve Ellermanstraat in beslag nam.


Daar werden de treinen met pakjes gelost en overgeladen in de groene NMBS camions, die ze dan verder naar de klanten bracht. Als je zo even kon binnenkijken was dat daar best altijd een drukke bedoening in die loods. Je kon ook pakjes afhalen in het gebouw aan de Noorderplaats. Dat was echt oubollig daar, de tijd was daar echt blijven stilstaan!
Achteraan in de Ellermanstraat tot aan de Lange Dijkstraat was er dan weer een grote werkplaats waar men laswerken uitvoerde. Wat verder op de helling van de Viaduct Dam, stond ook een kleiner gebouw. Daar zagen wij dus op uit vanuit onze straat. Ik heb zo eens op het internet gezocht, maar men weet niet waartoe die gebouwen dienden! Langs de kant van het rangeerstation (goederenstation Stuyvenberg), waarover ik al sprak, waren er ook magazijnen met een poort in de Trapstraat, naast de ‘groten trap’. Daar zal ook het een en ander werden gelost. Maar als kleine snotter bleef je daar echter niet bij stilstaan. Die gebouwen vormden een muur in een groot stuk van de Viséstraat. Tegen die muur en verder in de Halenstraat tot aan het Schijnpoort stonden grote bomen. Ja, dat was natuurlijk in perspectief van het kleine manneke dat ik was!

Een heel stuk voor het Schijnpoort, was er een samenloop met de spoorlijn die naar Nederland liep, in vaktaal lijn 12. Dus vanop de ‘Viaduc’ kon men in de verte reizigerstreinen zien passeren. Niet alleen internationale treinen, maar ook ‘boemeltreinen’ (omnibustreinen die in elk station stopten). Zo ook dus in het Station Antwerpen-Dam dat daar vlakbij lag. In die tijd was het al maar een stopplaats, want de stationshal was immers een postkantoor geworden. En daarnaast was er een ontspanningslokaal voor ouderlingen. Het station werd in 1892 gebouwd en in 1907 verplaatst. Het stationsgebouw werd in zijn geheel, op wieltjes, 36 meter verplaatst in zuidwestelijke richting om plaats te maken voor de verhoging en verbreding van het oostelijk ringspoor. Dit was goedkoper dan afbraak en nieuwbouw. Een huzarenstuk was dat wel!



En we speelden wat graag in die slecht verlichte gang naar de perrons toe! Die gang was kil en donker, zowaar spookachtig!
Het stationneke Antwerpen-Dam lag zo’n beetje in een bocht. Dat kon je zien want de treinen helden wat over. Ja, we wisten op de duur om hoe laat de treinen passeerden en gingen dan op het perron staan om te kijken naar die voorbij zoevende treinen! Ik hield me dan wel goed vast want er was wel wat luchtverplaatsing en in dien tijd was ik maar een ‘sprinkhaan’ (heel mager manneke)’! En doordat het in een bocht lag kwamen de treinen precies recht op je afgereden! Zalig was dat! Heel het perron was ‘overkapt’, het had dus wel iets van een echt nostalgisch station, dat het ook was!




Aan de kant van de Maasstraat was het gevaarlijk, zei ons Ma altijd, want daar was eens een trein naar beneden gestort! Dat ongeluk gebeurde op 22 juni 1955, en ik herinner me nog sporen (pek) van dat ongeluk op die muur van die zes wagons die daar naar beneden waren gedonderd. Wonder boven wonder waren er geen slachtoffers.

Als ik nog wat kleiner was, gingen we spelen naar het ‘Wit Zand’. Dat was een stuk opgespoten grond, met uiteraard wit zand tussen de Luchtbal en het Albertkanaal. Dat was vlak naast de spoorwegberm van die genoemde lijn 12 en de brug over het Albertkanaal. Daar kon je dan de treinen bekijken als die passeerden. Gewone binnenlandse exemplaren , maar ook van die speciale internationale blauwe treinen met zo’n bolle neus. Heel speciaal in die tijd, die stellen verzekerden de verbinding met “Olland”. Later hebben ze op het ‘Wit-Zand’ een bus depot gemaakt voor die rode stinkbussen!


Van kleins af aan was ik dus gefascineerd door treinen. Kwam daar dan nog bij dat wij mijn ‘Baboechka’ (Russisch voor grootmoeder) gingen bezoeken in de USSR en natuurlijk gebeurde dat….. per trein. Ja, in de sixties en seventies waren er nog niet genoeg centen om met het vliegtuig te gaan. Zodus waren dat treinreizen van 2 dagen en 3 nachten! Zwaar was dat wel, maar als je van de trein houdt, kan je dat best aan! Maar vanaf ik op het perron stond van Antwerpen-Centraal was het al feest! Zeker wanneer je daar die treinen zag aankomen of vertrekken in het prachtigste station ter wereld!



Als ik wat ouder was ging ik op vakantie…..per trein. Ik kocht 2 jaar na elkaar zo’n Interrailkaart en daar kon je buiten België, waar je voor de helft van het tarief reisde, voor de rest door heel Europa gratis reizen. De kunst was om snel uit België weg te reizen, gemakkelijk via die lijn 12! Want op een half uurke was je al in het Buitenland! En je moest de ‘chance’ hebben dat je in die tussentijd geen conducteur tegenkwam! Met die formule ben ik van Athene tot Kopenhagen gereden. Zalig toch, ’s nachts in de trein, en overdag steden bezoeken! Thuiskomen en oververmoeid zijn, moest kunnen hé!
Nu is er van de herinneringen van het spooremplacement weinig of niks meer te zien! Men heeft er een park van gemaakt en er staan buildings en een universiteitsgebouw of zoiets waar ooit het pakjes gebouw stond. Men is aan de andere kant van de Noorderlaan een nieuw ziekenhuis aan het bouwen! De tol van de vooruitgang ofte je wordt ouder Papa!
Mooi is het ‘Park Spoor Noord’ wel, maar als ik er kom, voel ik me er niet zo comfortabel, want ik mocht en zou nooit naar beneden vanop de viaduct Dam zijn gekomen, dat was immers veel te gevaarlijk! Die diesellocs en stoomlocs waren indrukwekkend groot en dan die loods waar die grote monsters uitkwamen, als ik op die plaats, waar nu de Zomerbar is gevestigd, een Seefbier zit te drinken, mijmer ik nog steeds terug naar dat fantastische spooremplacement Antwerpen-Dokken waar mijn liefde voor treinen ontstond!


Kedeng, kedeng, tuut tuut!




































Plaats een reactie